Sirio kan optioneel een ontwerp automatisch aftoetsen aan een gekozen regelgeving, zoals de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (GSV) Hemelwater. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar Aftoetsing aan de regelgeving. Voor meer informatie over de regelgeving zelf verwijzen we naar de Achtergronddocumentendie we toevoegden aan de handleiding.
Onder 'Randvoorwaarden' kan je de regelgeving kiezen waaraan afgetoetst wordt.
Add a caption...
Je kan kiezen uit 4 categorieën:
Infiltratie conform GSV Hemelwater (Vlaanderen; default)
Combisysteem conform GSV Hemelwater (Vlaanderen)
Vertraagde afvoer conform GSV Hemelwater (Vlaanderen)
Zelf criteria opgeven
Bij opties 1, 2 en 3 worden de vergunningsparameters gebruikt die geldig zijn in Vlaanderen conform de GSV. De waarden verschijnen telkens in de velden eronder en zijn niet aanpasbaar.
Bij optie 4 kan je alle velden zelf invullen of wijzigen.
Opgelet: in Vlaanderen gelden soms specifieke bijkomende (verhoogde) eisen op vlak van buffering. Vraag na bij advies- en vergunningsverlenende instanties welke eisen er precies geldig zijn voor jouw project. Indien dit afwijkende eisen zijn van de algemene GSV Hemelwater kan je ze overnemen in Sirio via de optie "Zelf criteria opgeven".
De parameters van de normering in detail
Om een ontwerp af te toetsen, zijn onderstaande criteria nodig. Deze criteria worden telkens toegepast op de zogenaamde "referentieoppervlakte": de afwaterende oppervlakte die volgens de regelgeving beschouwd moet worden bij het dimensioneren van bronmaatregelen. Deze referentieoppervlakte wordt automatisch berekend in Sirio (zie ook Methodologie aftoetsing regelgeving).
Infiltratieoppervlakte [%]: deze parameter bepaalt de vereiste infiltrerende oppervlakte volgens de regelgeving. De vereiste infiltratieoppervlakte is dit percentage vermenigvuldigd met de referentieoppervlakte. Standaard bedraagt de infiltratieoppervlakte 8% volgens de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater.
Infiltratievolume [m³/ha]: deze parameter bepaalt het vereiste infiltratievolume. Dit is het volume (de berging) van de bronmaatregel die niet leegloopt via een vertraagde afvoer. Het vereist infiltratievolume wordt gemeten van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) tot aan de onderzijde van de overloop. Standaard bedraagt het infiltratievolume 330 m³/ha volgens de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater.
Buffervolume met vertraagde afvoer [m³/ha]: deze parameter bepaalt het vereiste buffervolume. Dit is het volume (de berging) van de bronmaatregel boven de opening van een vertraagde afvoer. Onderstaand schema toont het verschil tussen het "infiltratievolume" en het "buffervolume met vertraagde afvoer". Standaard voorziet de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater geen vertraagde afvoer, tenzij de infiltratiecapaciteit zeer laag is. In dat geval kan ingezet worden op een zogenaamd "combisysteem van vertraagde afvoer en infiltratie", of bij uitzonderlijk lage infiltratiesnelheden op enkel buffering met vertraagde afvoer. De standaarden conform de regelgeving zijn ingebouwd in Sirio en kunnen via bovenstaande opties gekozen worden.
Add a caption...
Vertraagd afvoerdebiet [l/s/ha]: deze parameter bepaalt het toegelaten afvoerdebiet via vertraagde lozing. Standaard voorziet de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater geen vertraagde afvoer, tenzij de infiltratiecapaciteit zeer laag is. Bij lage infiltratiecapaciteiten wordt standaard een vertraagd lozingsdebiet van 5 l/s/ha voorzien.
Infiltratiesnelheid: de infiltratiesnelheid of -capaciteit die gebruikt wordt om jouw ontwerp af te toetsen aan de regelgeving. Er zijn 2 opties:
Neem over uit het model: Sirio bepaalt de infiltratiesnelheid
Geef een waarde:
Daarnaast zijn er volgende geavanceerde opties:
80 m² extra referentieoppervlakte inrekenen per aangesloten perceel: ja (standaard) / nee
Voor verkavelingen en ontwerpen van het publiek domein schrijft de Code Van Goede Praktijk Rioleringen voor dat er 80 m² extra verharding in rekening gebracht moet worden voor elk perceel dat afwatert naar het ontwerp.
Als je deze optie aanvinkt ("ja"), zal Sirio deze 80 m² automatisch in rekening brengen voor het totaal aantal "Percelen" (Perceel) dat je hebt verbonden met reservoirs in jouw ontwerp. Op die manier hou je automatisch rekening met deze eis uit de Code van Goede Praktijk bij de aftoetsing aan de regelgeving. Sirio zal dan de "referentieoppervlakte" vergroten met 80 m² vermenigvuldigd met het totaal aantal "Percelen" in jouw ontwerp.
Een voorbeeld. Stel dat je een straat ontwerpt waarop 10 private kavels aansluiten. Volgens de regelgeving moet je dan 800 m² ( = 10 kavels x 80 m²) extra referentieoppervlakte in rekening brengen voor het dimensioneren van jouw bronmaatregelen.
In Sirio definieer je dan een module Perceel die zo één privaat perceel voorstelt. Vervolgens verbind je dit Perceel 10 keer met jouw ontwerp door de percelen toe te voegen als Afwaterende oppervlakte van het reservoir. Sirio zal dan automatisch deze 800 m² extra referentieoppervlakte in rekening brengen bij de aftoetsing aan de regelgeving.
Opgelet, voor private projecten waarvoor de Code van Goede Praktijk niet moet toegepast worden (zoals veelal voor appartementen, scholen, ...) moet deze 80 m² niet worden ingerekend. Voor dergelijke projecten wordt gewoonlijk ook niet met de module Perceel gewerkt in Sirio, en zal er bijgevolg ook geen bijkomende referentieoppervlakte ingerekend worden in Sirio. Indien je tóch werkt met de module Percelen, moet je deze optie uitvinken. Op die manier kan je met de module Perceel werken, en wordt de +80 m² toch niet ingerekend.
Afwaterende oppervlaktes van het type "overige" inrekenen in de referentieoppervlakte: ja (standaard) / nee
In Sirio kan je zelf verschillende types afwaterende oppervlaktes ingeven met aangepaste afstromingscoëfficiënten (zie ook Parameters van het reservoir). Via deze optie kan je aangeven of de afwaterende oppervlaktes van het type "Overige" wel of niet moet inrekenen bij de referentieoppervlakte. De referentieoppervlakte wordt dan vermeerderd met de oppervlakte onder "Overige" vermenigvuldigd met de opgegeven runoff coëfficiënt.
Een voorbeeld. Als je een oppervlakte van 10.000 m² als "Overige" opgeeft met een runoff coëfficiënt van 0,2, dan wordt een referentieoppervlakte van 2.000 m² ingerekend als deze optie geactiveerd is.
De regelgeving bepaalt welke oppervlaktes beschouwd moeten worden als "referentieoppervlakte" (dit is de afwaterende oppervlakte die bepaalt hoe groot bronmaatregelen moeten zijn). Standaard worden onverharde oppervlaktes volgens de regelgeving niet meegerekend in de referentieoppervlakte, tenzij ze een specifieke bijdrage leveren aan de afstroming. Via deze optie (ja / nee) kan je zelf kiezen of de afwaterende oppervlaktes van het type "Overige" wel of niet ingerekend moeten worden als referentieoppervlakte.
Verdampingsoppervlaktes inrekenen bij het bepalen van de referentieoppervlakte: ja / nee (standaard)
In Sirio kan verdampingsoppervlaktes in rekening brengen. Dit zijn oppervlaktes die blootgesteld worden aan verdamping, bijvoorbeeld een bovengrondse wadi of vijver. Als je deze optie aanvinkt, worden deze oppervlaktes ook ingerekend als "referentieoppervlakte". De te voorziene bronmaatregelen worden dan dus groter. De GSV Hemelwater schrijft standaard voor dat verdampingsoppervlaktes nietmoeten worden ingerekendals de voorziening doorlatend is.
Een voorbeeld. De oppervlakte van een wadi moet niet als referentieoppervlakte worden ingerekend omdat de bodem waterdoorlatend is. De optie (vinkje) moet dan bijgevolg op "nee" staan, zoals staandaard.
Nog een voorbeeld. Als je een betonnen (maar bovenaan open) bufferbekken hebt, moet de oppervlakte van het bufferbekken zelf wél ingerekend worden als referentieoppervlakte. De buffer is immers niet waterdoorlatend en er kan regen rechtstreeks op het bufferbekken vallen. De optie (vinkje) moet dan bijgevolg op "ja" gezet worden.
Tot slot kan je de duur kiezen waarover piekafvoervolumes berekend en geëvalueerd worden. Standaard staat deze duur op 3 uur. Wanneer het afwaarts systeem traag reageert op piekbuien (bijvoorbeeld wanneer geloosd wordt naar een grotere waterloop), kan het zinvol zijn om deze duur te verhogen. Informeer bij de advies- of vergunningsverlenende instantie of er specifieke voorschriften hierrond gelden. Anders kan je 3 uur hanteren.